temporary stedelijk 3

het gebouw

 

Het oude Stedelijk

Eind negentiende eeuw verrijzen in korte tijd rond het huidige Museumplein - toen een kaal weiland - drie grote culturele gebouwen: het Rijksmuseum (1885), het Concertgebouw (1888) en het Stedelijk Museum (1895). A.W. Weissman, stadsarchitect van Amsterdam, ontwerpt het Stedelijk. Met de topgevel en het torentje verwijst het exterieur, opgetrokken uit natuur- en baksteen, naar de zestiende-eeuwse Hollandse renaissance bouwkunst.

Het interieur wordt in de loop van de jaren regelmatig gemoderniseerd en aangepast aan de eisen van de tijd. Onder leiding van directeuren David Roëll en Willem Sandberg krijgen de zalen een lichte wandbespanning. In 1938 laat Sandberg in de hal letterlijk alle herinneringen aan het verleden met de witkwast wegwerken.

Na 1945 zet Sandberg de modernisering voort. In de jaren vijftig komen de aula met ernaast een koffiekamer (de zogenaamde Appelbar), het restaurant, de bibliotheek met leeszaal, de museumwinkel en het Prentenkabinet tot stand. Er wordt niet alleen verbouwd, maar ook gebouwd. In 1954 verrijst aan de Van Baerlestraat een nieuwe vleugel naar idee van Sandberg. Openheid is zijn parool en met de vervanging van de zware gesloten voordeuren door een glazen entree verdwijnen ook de laatste sporen van negentiende-eeuwse exclusiviteit.

In de periode 1945-'54 wordt het totale vloeroppervlak door de bouw van tussenverdiepingen bijna verdubbeld. Hiervan is ruim driekwart bestemd voor kantoren, restauratie- en fotoateliers (anno 2002 werken er ruim 200 mensen) en depotruimte. De rest voor uitbreiding van de expositieruimte: in 1945 is dat 4550 m², in 1954: 6090 m². Ook het aantal bezoekers verdubbelt in die tijd: van 100.000 tot 200.000 per jaar.

Weissmans gebouw blijkt ruim een eeuw na de opening nog verbazend goed te voldoen wat betreft bijvoorbeeld de afmetingen van de zalen en het fraaie daglicht, met name op de bovenverdieping. Door gebrekkig onderhoud en het ontbreken van onder andere klimatisering is het echter niet meer van deze tijd. Er is door het ambitieuze tentoonstellingsprogramma onvoldoende ruimte om de belangrijkste werken uit de collectie, die in meer dan honderd jaar enorm is gegroeid, permanent te laten zien. Ook de depots en werkruimtes zijn veel te krap geworden.

De afgelopen jaren is de oudbouw gerenoveerd en ontdaan van alle latere toevoegingen. In Amsterdam West is inmiddels een nieuw centraal depot in gebruik genomen.

Meer informatie over de nieuwbouw van het Stedelijk Museum