temporary stedelijk 3

door de jaren

 

Het Stedelijk Museum opende zijn deuren in 1895, hetzelfde jaar als de eerste Biënnale van Venetië."Het was een stil, beschaafd museum voor de Amsterdamse burgerij in een tijd dat er van iets roerigs als moderne kunst geen sprake was" aldus ex-directeur Rudi Fuchs in het Bulletin naar aanleiding van het honderdjarig bestaan van het museum in 1995.

CURIOSA EN STIJLKAMERS
Het nieuwe museum toonde aanvankelijk de nalatenschap van Sophia Augusta Lopez Suasso de Bruyn: een heterogene collectie antiek, munten, juwelen, horloges, zilveren snuisterijen en andere curiosa. Deze collectie werd gepresenteerd in stijlkamers, waarvan de onderdelen afkomstig waren uit grachtenpanden die bij de doorbraak van de Raadhuisstraat waren gesloopt, ontstaat een presentabel geheel.

VAANDELS EN KRAAMKAMER
De in 1874 opgerichte Vereeniging tot het Vormen van een Openbare Verzameling van Hedendaagsche Kunst te Amsterdam (VvHK) verhuisde bij de opening van het Stedelijk Museum in 1895 van het Rijksmuseum naar het Stedelijk. Daar toonde 'de Vereniging met de lange naam' - zoals de VVHK genoemd werd - zijn hedendaagse Franse en Hollandse meesters. Al spoedig vulde het museum zich daarnaast met zeer uiteenlopende verzamelingen, variërend van vaandels van de Schutterij tot een apotheek en een achttiende-eeuwse kraamkamer uit het Medisch-Pharmaceutisch Museum. In de loop van de jaren '20-'40 kreeg een groot deel van deze verzamelingen elders onderdak. Pas sinds begin jaren '70, toen ook de laatste stijlkamers waren verdwenen, toonde het Stedelijk uitsluitend moderne kunst.

TOEGEPASTE KUNST EN VORMGEVING
In 1934 werd het Museum voor Moderne Toegepaste Kunst opgericht en in het gebouw van het Stedelijk Museum ondergebracht. Hiermee kreeg de collectionering van gebruiks- en siervoorwerpen een officiële grondslag. Na de Tweede Wereldoorlog ging dit museum op in het Stedelijk. De collectie op dit terrein omvat momenteel in aantallen verreweg het grootste deel van de totale museumcollectie. Het betreft onder meer: meubels, textiel, apparaten, voorwerpen van hout, glas, keramiek, metaal en kunststof, sieraden, typografie en affiches. Er bestaan talrijke dwarsverbanden met andere collectie-onderdelen, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van keramiek en stoffen van Picasso en meubels van Donald Judd.

TREKPLEISTER VAN GOGH
Vooral dankzij schenkingen van de VvHK in 1949 (217 kunstwerken) en 1962 (101 kunstwerken) bezit het Stedelijk een verzameling laat negentiende-eeuwse en vroeg twintigste-eeuwse kunst. Vanaf 1910 verwierf het museum ook belangrijke bruiklenen en schenkingen van particuliere verzamelaars als P. Boendermaker, F. Koenigs en P.A. Regnault. Van 1930 tot 1972 is de Van Gogh-collectie van ir. V.W. van Gogh, aangevuld met tijdgenoten van Vincent uit de collectie Theo van Gogh, een van de belangrijkste trekpleisters van het museum. In 1972 verhuisde het bruikleen Van Gogh naar het nieuwe Van Goghmuseum naast het Stedelijk.

Willem Sandberg leidt bezoekers rond op de tentoonstelling 100 jaar Franse kunst in 1938.


COBRA EN EXPRESSIONISME
In 1938 trad de grafisch vormgever Willem Sandberg als conservator in dienst bij het Stedelijk Museum. In 1945 volgde Sandberg David Röell op, die directeur van het Rijksmuseum werd. Naast een actief en spraakmakend tentoonstellings-programma begon Sandberg met het verzamelen van werk van CoBrA-kunstenaars als Karel Appel en groeien de collecties Duits en Nederlands Expressionisme. Daarnaast kocht Sandberg talloze schilderijen en beelden aan van 'klassieke' modernen. Onder zijn directoraat kregen fotografie, toegepaste kunst, industriële en grafische vormgeving een serieuze plaats in het aankoopbeleid.

MALEVICH-VERZAMELING
In 1958 verwierf het Stedelijk een unieke verzameling werken van de Russische kunstenaar Kazimir Malevich, waaronder 29 schilderijen. Samen met de schilderijen van de Nederlandse Stijl-kunstenaars Mondriaan, Van Doesburg en Van der Leck bood Malevich' werk een uitstekend beeld van de geometrisch-abstracte kunst. Met de meubels van Stijl-lid Gerrit Rietveld en de gebruiksvoorwerpen van aan het Bauhaus gelieerde ontwerpers werd een goed beeld gegeven van constructivistische en functionalistische vormgeving. Bij zijn afscheid eind 1962 schonk Sandberg het museum een verzameling van zeventig kunstwerken van o.a. Moore, Saura, Van Velde, Visser, Tajiri en Zadkine, die hem door deze kunstenaars als blijk van vriendschap en waardering bij zijn pensionering werden aangeboden.

AMERIKANEN EN MATISSE
Directeur Edy de Wilde zette van 1963 tot 1985 Sandbergs actieve tentoonstellingsprogramma voort, maar legde vooral de nadruk op de collectievorming. Daarbij richtte hij zich op de kunst vanaf de jaren '60 met het accent op werk van kunstenaars als Dubuffet, Tinguely, Dibbets, Van Elk, Ryman en De Kooning en op de Amerikaanse Pop Art (o.a. Kienholz) en Colourfieldpainting (o.a. Newman). Ook kocht hij enkele belangrijke werken uit de jaren '50 aan van Matisse, Picasso, Newman en Rauschenberg. 

VIDEO
Sinds 1980 is er in het museum een speciale ruimte voor videokunst, nadat al in de jaren zeventig verschillende tentoonstellingen op dit gebied zijn georganiseerd. De videocollectie (die momenteel wordt gedigitaliseerd) bevat werk van o.a. Paik, Viola en Nauman.

ARTE POVERA, DE JONGE ITALIANEN EN MINIMALISTEN 
In de jaren '80 verwierf het Stedelijk schilderijen en beelden van Arte Povera-kunstenaars als Zorio, Paolini, Merz en Penone, naast (toen nog) Jonge Italianen als Cucchi en Chia. Ook de Duitse kunstenaars Kiefer, Baselitz + Lüpertz zijn in de collectie goed vertegenwoordigd. Gedurende zijn directoraat (1985-1993) breidde Wim Beeren de collectie Pop Art uit met werk van Warhol en Oldenburg. Door aankopen van Andre, Judd en De Maria kregen de Minimalisten meer accent in de verzameling. Tevens verwierf Beeren recente werken van Stella, Kounellis, Kiefer en Polke.

LUCEBERT-VERZAMELING
In 1986 komt de Lucebert-verzameling Groenendijk-Voûte (door de CoBrA-kunstenaar zelf aangevuld met tachtig tekeningen) in bezit van het Stedelijk. Hierdoor worden de oude banden met CoBrA opnieuw aangehaald.

MONDRIAAN EN JONGE BEELDHOUWERS
In 1988 verwerft het museum MondriaansCompositie met twee lijnen (1931), al sinds jaren in huis als bruikleen van de gemeente Hilversum, dat verkocht dreigde te worden. Opvallend zijn ook Beerens aanwinsten op het gebied van de beeldhouwkunst. Aan bestaande kernen werden niet alleen nieuwe werken toegevoegd, maar ook deden nieuwe jonge beeldhouwers hun intree, o.a. Armajani, Cragg, Bickerton, Deacon, Koons, Solano en Veneman.

RUDI FUCHS
Onder het directoraat van Rudi Fuchs (1993-2003) bleef de voorgaande verzamellijn een aandachtspunt. Dat bleek onder meer door de verwerving van belangrijke werken van Amerikanen als Judd, LeWitt en bovenal Nauman (een neon- en een videosculptuur). Daarnaast legde Fuchs het accent op Duitse en Oostenrijkse kunst met o.a. Baselitz, Förg, Herold, Lüpertz, Mik, Rainer en Struth. Ook werd de Engelse kunst nauwlettend gevolgd (o.a. Gilbert & George, Gordon en Hirst). Fuchs stond vooral bekend om zijn experimentele collectie-opstellingen, waarin werk uit verschillende stromingen en periodes met elkaar in een spannende dialoog werd gebracht.

HANS VAN BEERS EN GIJS VAN TUYL
Na Fuchs´ afscheid werd het museum tot de komst van Gijs van Tuyl, die begin 2005 als directeur aantrad, geleid door interim-directeur Hans van Beers. Met de verzelfstandiging, de fondsenwerving en andere voorbereidingen voor een vernieuwd, uitgebreid Stedelijk Museum brak een buitengewoon spannende en drukke periode aan. Ook in de periode 2003-heden werd nieuw werk aan de collectie toegevoegd: de afdeling toegepaste kunst en vormgeving verwierf in 2003 negentien lampen, schalen en vazen in zilver en glas van de Finse ontwerper Tapio Wirkkala alsmede een prototype van een fauteuil van productontwerper Ron Arad.

Een jaar later lukte het Um den Kern der Sache, een groot, laat werk van de dada-ist Kurt Schwitters dat al langere tijd in bruikleen was, aan te kopen. Het museum kreeg verschillende belangrijke schenkingen: van Rudi Fuchs een schilderij van Richard Lohse en van Carl Andre een Wall Drawingvan Sol LeWitt. Op het gebied van video en film werd de verzameling verrijkt met werk van onder anderen Johan Grimonprez, Julika Rudelius en Francis Alÿs. Tot de hoogtepunten van de fotocollectie behoort een in 2003 aangekocht 15-delig werk van Bernd en Hilla Becher.

Op basis van een in 2006 nieuw geformuleerd collectieplan is richting gegeven aan de aankopen voor de komende tijd. Daarbij staan aankopen van hedendaagse kunst centraal. Met verwervingen van onder meer Thomas Hirschhorn, Mike Kelley en Francis Alÿs tekent dit nieuwe aankoopbeleid zich al duidelijk af.

ANN GOLDSTEIN
In 2010 trad Ann Goldstein aan als directeur en bestempelde direct het woord ‘open’ als haar favoriete woord. Zij stelde, terwijl aan de nieuwbouw nog werd gewerkt, het nagenoeg gerenoveerde historische pand daarom zo snel mogelijk open voor het publiek. The Temporary Stedelijk was, met onder meer de tentoonstelling Taking Place, een herintroductie van het gebouw, met kunstenaars die op experimentele wijze de ruimten weer tot leven brachten, met soms nieuw werk, speciaal voor deze gelegenheid gemaakt. The Temporary Stedelijk kreeg in 2011 een vervolg met Temporary Stedelijk 2, waarin de collectie van het Stedelijk centraal stond, in steeds wisselende presentaties.

Eind 2011 moest het museum het pand verlaten om de laatste fase in de bouw mogelijk te maken. Het levendige Public Program van Temporary Stedelijk werd in 2011 en 2012 voortgezet met Temporary Stedelijk 3: Stedelijk @. Het werd ontwikkeld in samenwerking met culturele instellingen in Amsterdam, met performances, filmvertoningen, lezingen, interviews, discussies, symposia, muziekuitvoeringen, interactieve avonden, boekpresentaties en programma’s op Amsterdamse scholen.