temporary stedelijk 3

aldo van den nieuwelaar overleden

 


Necrologie Aldo van den Nieuwelaar (23 nov. 1944 – 22 sep. 2010)

Geen florale lyriek, geen getut

De ontwerpen van de onlangs overleden designer Aldo van den Nieuwelaar (1944-2010) worden getypeerd door minimale, elementaire vormen en een streven naar ‘visuele rust’. Producten die niets toevoegen aan reeds bestaande producten hadden in zijn ogen geen bestaansrecht. ‘Minder is meer. De oude Bauhaus-filosofie. Daar kom ik historisch vandaan. Geen florale lyriek, geen getut. Waar het om gaat is het idee.

Zijn opleiding genoot Van den Nieuwelaar aan de Academie voor Beeldende Kunsten St. Joost te Breda. Hij zag zichzelf echter als niet als een beeldend, maar een toegepast kunstenaar, altijd op zoek naar de ultieme vormgeving van een gebruiksvoorwerp. In 1969 vestigde hij zich als zelfstandig ontwerper na voor enkele architectenbureaus te hebben gewerkt.

Hij werd bij het grote publiek bekend met de meubelserie Amsterdammer, uitgevoerd door de Utrechtse meubelfabriek Pastoe. De ranke, afgeronde meubels met rolluiken – speels verwijzend naar het beroemde Amsterdamse paaltje - kwamen in verschillende formaten en kleuren, zodat de consument naar eigen behoefte kon combineren. Van den Nieuwelaar vond het belangrijk de koper ‘niet-eenmalige oplossingen’ aan te bieden.

Ook was hij gefascineerd door kunstlicht, wat volgens hem de ruimte minder deformeerde dan gloeilicht. Hij ontwierp verscheidene nihilistische armaturen voor tl-buizen, onder andere de Tafelwandlamp TC6 uit 1969. Het vierkante voetstuk met daaraan de ronde tube kan worden neergezet of opgehangen. Het resultaat is van een sculpturale orde, vergelijkbaar met de minimal art uit de jaren zestig.

Van den Nieuwelaar zocht zijn voorkeur voor sobere, modulaire vormgeving vooral in zijn Hollandse wortels. Zo beschreef hij zichzelf eens als: ‘Vader: Rietveld. Nationaliteit: tweehonderd procent Nederlands. Als je heel in de verte een meubel van mij ziet staan, herken je het al. Helder, Nederlands, voortkomend uit de traditie van De Stijl.’ Het Stedelijk Museum heeft een aantal van zijn lampen in de collectie en vijf kasten uit de serie Amsterdammer, waaronder een prototype uit 1973.

Citaten uit Haagse Post, 26 okt. 1985